PR & Reputatie

Communicatieprofessionals, als de journalistiek valt, leidt dat ook tot onze ondergang

Gastblogger | 17 februari 2017, 8:06

Het is tijd om het belang van de luis in de pels keihard te onderschrijven

[Door Maarten Spaans, De Issuemakers]

Hoe verschillend de beroepsgroepen ook mogen zijn, journalisten en communicatieprofessionals hebben op zijn minst één gemeenschappelijk belang: de bestaanszekerheid van de objectieve, waardevrije journalistiek. Nu de journalistiek op zoveel fronten onder druk staat is het tijd voor communicatieprofessionals om het belang van waardevrije media keihard te onderschrijven.

Kritiek vanuit het journaille op communicatiemensen is er genoeg. ‘Ze zijn met te veel, ze verdraaien de werkelijkheid en houden journalisten weg bij de mensen die echt iets te verantwoorden hebben.’ Zomaar een greep uit de klachten die bijna iedere journalist je op een presenteerblaadje zal geven als je hen erom vraagt. Vice versa zijn de vooroordelen van communicatieprofessionals ook niet van de lucht: ‘Ze zijn lui, ze praten elkaar na en zijn door hun vooringenomenheid niet geïnteresseerd in de andere kant van een verhaal’.

Gepolariseerde werkelijkheid 

Door deze negatieve ervaringen van de ene beroepsgroep met de andere – of van het ene individu met het andere – is het beeld ontstaan dat de twee beroepsgroepen tegenpolen zijn, met totaal tegengestelde belangen. Gelukkig is ook dit beeld van een gepolariseerde werkelijkheid slechts schijn: zoals zo vaak is het niet zwart of wit, maar kleurrijk en divers.

Zo hebben beide beroepsgroepen één belangrijk gemeenschappelijk belang: de bestaanszekerheid van de objectieve, waardevrije journalistiek. Want het voortbestaan van onafhankelijke nieuwsmedia staat meer dan ooit onder druk.

Sectorbrede daling 

Al jaren kampen media met teruglopende oplages en kijkcijfers, direct gevolgd door dalende advertentiebudgetten. Minder inkomsten leiden tot reorganisaties en uiteindelijk zelfs het verdwijnen van complete titels met bijbehorende redacties.

‘Nieuws is toch gratis?’ hoor je veel mensen denken. Nee dus. Het produceren van journalistieke stukken is mensenwerk. Dit kost tijd en dus geld. En ondanks de vele experimenten met alternatieve verdienmodellen, is de sectorbrede daling aan inkomsten – met alle gevolgen van dien – nog altijd niet gestuit.

Alternatieve feiten

Maar financiële en personele problemen zijn niet de enige problemen waar media mee kampen. De opkomst van zogenaamde nieuwssites én opiniesites zoals Breitbart, De Dagelijkse Standaard, The Post Online en Joop, werd lange tijd met name gezien als een interessante, maar niet al te serieus te nemen aanwinst voor het medialandschap.

De recente opkomst en kennelijke acceptatie door een groot deel van de bevolking van het concept ‘alternatieve feiten’ zorgt echter voor een nieuwe dynamiek. Nu meningen (of alternatieve feiten) worden gepercipieerd als iets dat je naast een objectief onderzochte werkelijkheid kunt stellen, waarna je als lezer zelf kunt kiezen welke ‘visie’ het beste in jouw werkelijkheid past, rijst het grote gevaar van het imploderen van onze waardering voor objectieve journalistiek en de rol van de expert.

Minst slechte systeem

Niemand pretendeert dat objectieve nieuwsmedia de waarheid spreken, maar het onafhankelijk omschrijven en duiden van feitelijke gebeurtenissen met journalistieke groundrules als basis, is the best we can get.

Het kiezen van een bepaalde werkelijkheid levert weer directe gevaren op voor de maatschappij en het democratische systeem waarin we leven (en onthoud: dat blijft toch het minst slechte systeem van allemaal). Wie controleert per slot van rekening nog de lokale wethouder op corruptie, als de grootste schreeuwerd met een lokaal opinieblog vindt dat het geven van een paar rondjes in de voetbalkantine van gemeentegeld ‘prima moet kunnen’.

Koester de luis in de pels

In een wereld waar ieder individu kan kiezen uit verschillende werkelijkheden, hebben ook communicatiemensen een zeer groot probleem. Naast het feit dat het ook hun democratie is die kapot gaat, valt er tegenover de opiniërende manier van ‘berichtgeving’ geen enkele feitelijke inbreng die de auteur niet welgevallig is in te brengen.

Het filter dat de journalist ooit toepaste met de journalistieke vuistregels van onafhankelijkheid, hoor- en wederhoor en waarheidsgetrouwheid verdwijnt. En er komt ook nog eens een nihilistisch niets voor in de plaats.

Het zijn de willekeur en de dogmatische hersenspinsels – vaak geframed als ‘de stem van het volk’ of ‘anti linkse elite’ – die dan nog de enige selectiecriteria zijn voor het wel of niet delen van informatie met het publiek. Daar kan uiteindelijk ook geen eigen communicatiekanaal als een corporate website of Twitterkanaal tegenop.

Verhalen verliezen waarde

Onafhankelijke journalisten zijn dan misschien de luizen in de pels van de samenleving, het zijn wel de luizen die de pels gezond houden. Het bestaan van onafhankelijke nieuwsmedia is onlosmakelijk verbonden met het vak van communicatieprofessional en de val van de één zal leiden tot de ondergang van de ander. Zonder integere journalistiek valt het vertrouwen in de boodschap van de communicatieprofessional weg en verliezen verhalen hun waarde.

Het is dan ook de hoogste tijd voor de communicatiebranche om de rug te rechten en als één blok voor de journalistiek te gaan staan.

Maarten Spaans is senior PR-adviseur bij De Issuemakers

Foto: ANP

 

Over de auteur

Gastblogger
Adfo Groep plaatst regelmatig interessante gastblogs over het vak. Wilt u ook een vakinhoudelijke bijdrage leveren? Neem dan contact op met de redactie (redactie@adfogroep.nl) Lees meer over Gastblogger

Reacties op dit artikel (3)

Comment author avatar
Avatar

Patrick de Leede

(17 februari 2017, 12:21)
http://www.catchoftheday.nl
De auteur houdt een pleidooi voor het behoud van onafhankelijke, waardevrije journalistiek. Die bestaat echter niet, zoals uit dit eveneens opiniërende artikel maar weer eens blijkt.
De auteur heeft het over ‘kennelijke acceptatie van alternatieve feiten’ en ‘het kiezen van een bepaalde werkelijkheid levert directe gevaren op voor de maatschappij en de democratie’. Waarop is deze stelling gebaseerd?
Mensen zijn geneigd te geloven wat zij het meest geloofwaardig achten. Vaak kennen wij de feiten niet, maar nemen wij zaken voor kennisgeving aan, hoe bizar ze soms ook lijken. Is Hillary Clinton een vervelend mens? Zit Poetin achter de Amerikaanse verkiezingsuitslag? Zit Rusland achter het neerhalen van de MH17? Heeft Kim Jong-un zijn halfbroer Nam laten vermoorden? Zijn de Amerikaanse geheime diensten uit op de val van Trump? We weten vaak niet zeker wat de feiten zijn.
Tegen het eind van het artikel vind ik de auteur nogal uit de bocht vliegen. ‘Nihilistisch niets’? Zonder deze subjectieve zin is de alinea krachtiger. En ‘dogmatische hersenspinsels worden geframed als anti-linkse elite’? Kom op zeg.
De essentie is dat journalisten zo veel mogelijk moeten graven om zo veel mogelijk feiten boven water te krijgen, en dat oordeelsvorming zo veel mogelijk aan de burger wordt overgelaten. Daarmee kan niemand het (denk ik!) oneens zijn. Maar dat kan best wat minder ronkend worden opgeschreven.
Avatar

Peter Koelewijn

(23 februari 2017, 11:06)
http://www.wijhetvolk.nl
Misschien kunnen de communicatie professional en de journalist gewoon toegeven dat ze niet 100% objectief zijn, want niemand is objectief. "Alles wat je hoort een mening, geen feit. Alles wat je ziet is een perspectief, geen waarheid." Dat zijn de woorden van Marcus Aurelius die na zo'n kleine 2000 jaar nog steeds erg relevant zijn, misschien vandaag nog meer dan toen...
Dus wanneer deze gekleurdheid wordt aangegeven heb je al een stapje verder. Vaak druipt de gekleurdheid er in de tekst al vanaf, alleen is de gemiddelde lezer zich daar niet van bewust. Als je echt objectief wilt communiceren zal je de feiten vanuit meerdere perspectieven moeten benaderen én kleur moeten bekennen. Ik heb werkelijk nog geen enkel objectief medium in mijn leven gezien, zelfs de NOS is gekleurd, ookal is dat de minst gekleurde. Dus wanneer je objectieve media (voor zover mogelijk) wilt behouden, strijd dan voor het behoud van de publieke omroep. Want daar krijgen alle kleuren een podium, je kan bijvoorbeeld geen fan zijn van Pownews, maar het geeft wel een ander perspectief en verrijkt wel degelijk het medialandschap zoals ook DDS, ookal ben ik het niet eens met de berichtgeving.
Avatar

Erwin van den Brink

(23 februari 2017, 13:38)
http://www.erwinvandenbrink.com
Er is maar een waarheid en die ligt in het midden. En: Als de nood het hoogst is, is redding nabij. Dankzij het fakenieuws van Facebook en Donald Trump, herontdekken steeds meer mensen de waarde van oude media.

Jaren geleden nam ik eens een jonge journalist aan, net afgestudeerd aan de School voor de Journalistiek. Hij schreef leuk en was, dacht ik, behoorlijk ‘digital savvy’, opgegroeid met het internet. Hij etaleerde graag dat hij daar uitstekend de weg wist. Om de copyflow voor de nieuwe titel die we zouden gaan lanceren alvast op gang te brengen, inventariseerden we de ideeën die we hadden voor verhalen. Hij had een bericht in de pen zitten over de rijkste tien internetondernemers. Ik las het en vroeg hem wat of wie zijn bron was. ‘Het internet’, antwoordde hij. Ik dacht dat hij een grap maakte, deze jongen die zo leuk blogde, maar hij was bloedserieus.
Internet is geen bron. Het is een medium via hetwelk u en ik met elkaar kunnen communiceren. Zoals de ‘ether’ dat is of was voor radio en televisie. Ook sociale media heten niet voor niets ‘media’, middelen voor communicatie. Ze hebben een verdienmodel dat niet is gebaseerd op waarheidsvinding, feitelijkheid, maar op maximaal bereik, aandacht. Dat doen ze met ‘slimme’, manipulatieve, algoritmen en ze zijn dus niet neutraal.
Aandacht krijgen is de conditio sine qua non van de journalistiek maar tegelijk de grootste valkuil. Ik begon ooit bij de krant als politieverslaggever en het eerste dat ik leerde was dat het menselijk waarnemingsvermogen heel onbetrouwbaar is. Al bij een simpele aanrijding spraken verschillende getuigen elkaar tegen. Hoe waarneming en het geheugen werken werd mij enigszins gewaar door een interview dat ik ooit had met professor dr. Willem Wagenaar gespecialiseerd in ‘psychologische functieleer’, met name de functies waarneming en geheugen. Als getuigedeskundige toonde hij overtuigend aan hoe onbetrouwbaar de herkenning van concentratiekampslachtoffers was, die John Demjanjuk hielden voor Iwan de Verschrikkelijke, een kampbeul die veertig jaar eerder had rondgemoord in Sobibor.
Factchecking in de journalistiek betekent dat meerdere menselijke of schriftelijke bronnen onafhankelijk van elkaar een feit of waarneming bevestigen. Het vergt ook een ingebakken twijfel aan je eigen waarneming en daarnaast vasthoudendheid: uiteindelijk is de bron van alle informatie een mens en nooit een document. Documenten ontstaan niet spontaan.
Dat in een document bepaalde informatie staat, dat is op zichzelf een feit. Maar is dat feit dan ook waar? Zelfs natuurwetten en wiskundig bewijs zijn slechts waar zolang zij niet zijn gefalsificeerd. In die zin is elk bewijs wetenschappelijk gezien voorlopig, voorwaardelijk. In de strikte filosofische betekenis bestaat er dus niet zoiets als waarheid. Het beste dat een krant of zender kan tegenwerpen als een bericht aan de kaak wordt gesteld, is laten zien dat er hoor en wederhoor is gepleegd, dat het bewijs is onderworpen aan een nietsontziend onderzoek. En eens in de zoveel tijd blijkt dan dat een redacteur – of een wetenschapper – de feiten uit zijn duim heeft gezogen, verleid door de zucht naar aandacht. Dat is dan een schandaal, de betrokkenen worden ontslagen en dat herstelt het vertrouwen in die publicatie of instelling.
Mark Zuckerberg heeft zich dus op een hopeloze missie begeven het ‘fakenieuws’ op Facebook te bestrijden en uit te roeien. Ook al wordt dit het grootste journalistieke werkgelegenheidsproject ooit met tienduizenden factcheckers wereldwijd: het zal niet lukken. ‘Waarheid’ is in diepste wezen in onoplosbare contradictie met het algoritme en het verdienmodel van Facebook dat draait om bereik. Wij journalisten weten allang: hoe groter het bereik, des te kleiner de waarheid.
De onmogelijke waarheid die Zuckerberg najaagt is de waarheid uit George Orwells ‘1984’, waarin iedereen mentaal is gelijkgeschakeld en wie de ‘vastgestelde’ waarheid ontkent een vreselijk lot wacht. Op Facebook heerst nu de waarheid uit Aldous Huxley ‘s Brave New World waarin de samenleving atomair is versplinterd in even zovele filterbubbles als er mensen op Facebook zijn: iedereen vegeteert in zijn eigen nieuwscocon. De enige echte waarheid ligt ergens in het midden. Ze is vaag, rafelig, onduidelijk en onbevredigend.
Mijn loopbaan begon bij wat de oudste nog bestaande krant ter wereld is: Haarlems Dagblad/Oprechte Haerlemse Courant van 1656. Die krant is nu bijna ter ziele. Maar misschien komt fakenieuws-gate nog juist op tijd voordat het digitale net van gratis desinformatie zich definitief rond ons sluit. De journalistiek ontstond in de zeventiende eeuw als inlichtingenwerk: het verzamelen van voor de handel waardevolle informatie. In mijn begintijd was de krant vooral het sociale cement van de samenleving die schreef over conflicten en zo strijdende partijen bij elkaar bracht, die het verborgene openbaart, die mondig maakt, de ‘luis in de pels van de democratie’ volgens mijn hoofdredacteur.
Als de tijd ergens rijp voor is, dan is het wel het opnieuw voeden van deze gemeenschapszin en het opnieuw voeden van kritisch denken. Daar hebben mensen geld voor over maar je moet deze lezers en kijkers wel eerst actief opzoeken. Journalistiek dient ons denkraam open te zetten zodat onwelgevallig straatrumoer naar binnen kan waaien. Verschillende ‘oude’ media zoals de New York Times en CNN zien hun bereik toenemen. Met dank aan Donald Trump, Steve Bannon en Wladimir Poetin: Er is hoop.

Gerelateerde items Journalistieke Onafhankelijkheid

Meer in channel PR & Reputatie

Van onze partners

Whitepapers

Blijf op de hoogte


Populaire blogs