27 maart 2008, 17:18   Linda Hell

Bio-voedsel gebukt onder ‘geitenwollensokken-imago’

Bio-voedsel gebukt onder ‘geitenwollensokken-imago’

Biologische levensmiddelen zijn niet populair bij de Nederlandse consument. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek dat Research International uitvoerde in opdracht van de krant DAG.

Zelfs wanneer een biologisch product even duur is als een niet-biologisch product kiest minder dan de helft van de consumenten voor het biologische product, zo blijkt uit het onderzoek. Bij de beslissing om een product te kopen is de prijs de belangrijkste overweging. Deze ligt bij niet-biologische producten doorgaans lager dan bij biologische producten. Bovendien speelt het imago van biologische levensmiddelen mee. Zo kan het stempel ‘biologisch’ zelfs nadelig uitpakken. “Ik denk dat mensen er automatisch van uitgaan dat biologisch duurder is,” zegt Lucy van de Vijver, programmaleider voeding en gezondheid van het Louis Bolkinstituut, tegenover DAG. “Bovendien blijft het een geitenwollensokkenimago houden.”

In Nederland althans; de Britse consument staat veel positiever tegenover biologische voeding. Annelijn Steenbruggen van koepelorganisatie Biologica: “Je hebt daar bio-ambassadeurs: Jamie Oliver, Prins Charles. Wij missen zulke boegbeelden.” Het grootste probleem is volgens Steenbruggen dat mensen niet precies de meerwaarde van biologisch kennen.
Die bewustwording van wat biologisch inhoudt loopt wellicht ook via de portemonnee. “De Albert Heijn doet regelmatig bio-eten in de bonus’, zegt Ingrid de Laat van onderzoeksbureau Research International. “Dan kiezen de mensen het wel. Zo komen ze toch in aanraking met biologische spullen.”

Het mag dan duur zijn, toch weet een kleine groep consumenten de bio-producten te vinden. In de eerste zes maanden van 2007 kochten zij voor ruim 258 miljoen euro aan bio-eten. (DAG)

eKudos MSN Reporter

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie

Tips uit de praktijk

'Shoot to kill'-sessies
Bij TNT Post initieerde bestuursvoorzitter Peter Bakker de inmiddels beruchte ‘shoot-to-kill’-sessies. Hierbij moedigt hij hogere managers aan de meest brutale vragen te stellen die ze kunnen verzinnen over het bedrijf en over zijn functioneren: ‘Waarom verdient u dat schandalige salaris’, of: ‘wanneer neem je nou eens ontslag, want de aandelenkoers doet toch niets?’