11 mei 2010, 12:40   Ellen Elsinghorst

Communicatie’s Twitter Onderzoek: Communicatieprofs zijn niet bang voor de invloed van Twitter

Communicatie’s Twitter Onderzoek: Communicatieprofs zijn niet bang voor de invloed van Twitter

‘Wie niet twittert doet niet meer mee.’ Juist of onjuist? Communicatie deed er onderzoek naar en constateerde dat bijna 40 procent van de ruim 2.370 respondenten de stelling onderschrijft. Al verklaart minder dan de helft van de twitterende communicado’s dat zij tweets over de eigen organisatie ‘op de voet volgen’. En zegt eveneens minder dan de helft dat deze tweets ‘grote invloed hebben’. (zie ook opinie-artikel 'Twitteronderzoek: Twitter or die?')

De bekendheid met Twitter onder de respondenten (abonnees van communicatie-online.nl) is betrekkelijk groot: slechts 35% zegt ‘ik twitter niet’. Het overgrote deel van de twitteraars doet dat via een persoonlijk account, een veel kleiner deel via een bedrijfsaccount – en sommigen via beide. Het zijn zeker geen ‘slapende’ twitteraars: 60% doet het minimaal een paar keer per week. En serieus zijn ze ook: ze volgen vooral ‘vakgenoten’ (79%), ‘collega’s’ (65%) en ‘politici, journalisten en andere opinieleiders’ (60%).

Twitter wordt het helemaal. Ja, zegt 42%. Nee, vindt 58%. De meningen over de betekenis van Twitter zijn sterk verdeeld. Communicatieprofessionals die over crises en rampen communiceren, geven duidelijk aan dat ze er echt niet meer omheen kunnen. Maar veel mensen noemen het een hype, want te oppervlakkig en te vluchtig. ‘Over een jaar is Twitter zó 2010.’

Ik volg tweets over onze organisatie op de voet. Opvallend is dat de meerderheid (58%) van de respondenten hier nee op antwoordt en slechts 42% ja. Onder twitteraars met een bedrijfsaccount is het aantal mensen dat ja zegt wel iets groter: 54%. Wat doen ze met die tweets over de organisatie? Ze gebruiken deze vooral om ‘te volgen wat er speelt in de doelgroep’ (79%). Slechts een kwart (25%) zegt ‘ik doe aan webcare: ik handel na (on)welgevallige tweets over de organisatie’. Onder degenen met een bedrijfaccount bedraagt dat percentage 31.

Ook opvallend: aan de betekenis van tweets die betrekking hebben de eigen organisatie wordt niet zo zwaar getild. Ik denk dat tweets over (producten/diensten van) onze organisatie grote invloed hebben. Nee, zegt maar liefst 57%. Want: de doelgroep zit niet op Twitter, het medium is te vluchtig of het aantal volgers te gering. Ja, zegt een minderheid van 43%. Want: Twitter is een vorm van mond-tot-mondreclame, het is snel, bovendien: ook journalisten zitten op Twitter. Maar beter herkent men zich in de stelling: ik denk dat tweets grote invloed kunnen hebben. En dan níet de berichten die de organisatie zelf de wereld intweet, maar tweets van je doelgroep en van opinieleiders.

De respondenten zijn mild over collega’s die (nog) niet twitteren. Als je in het communicatievak niet twittert, doe je niet mee. Ja, zegt 37%: ‘Een beetje communicatieadviseur zit op Twitter.’ Nee, onzin!, zegt 63%, een communicatieprofessional hoeft niet te twitteren om serieus genomen te worden. ‘Ik dacht dat het zo was. Totdat ik er weer mee stopte.’

Communicatie’s Twitter Onderzoek is eind maart 2010 gehouden. Ruim 2.370 communicatieprofessionals, abonnees van de nieuwsbrief communicatie-online.nl, hebben eraan deelgenomen. Een uitvoerig artikel over Communicatie’s Twitter Onderzoek staat in vakblad Communicatie, mei 2010.

Download het complete artikel

Discussier mee over het onderzoek: Twitter or die


Reacties

Discussier mee over het onderzoek: Twitter or die
http://www.communicatieonline.nl/opinie/bericht/twitteronderzoek/

Beheerder Communicatie Online   11 mei 2010, 17:37 (link)

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie




 

 

Boekentips en meer

 

Verder de afgelopen dagen

Tips uit de praktijk

Onderzoek: hoe erg is een spelfout?
Hoe erg is het als er spelfouten in een sollicitatiebrief staan? Denken de ontvangers slechter over een sollicitant die niet kan spellen? Vinden ze hem minder deskundig, onbetrouwbaarder en dat hij zich beter voordoet dan hij is? En hoe zit dat bij sponsorwervingsbrieven - is het effect daar sterker of minder sterk?