12 mei 2009, 13:17   Linda Hell

FWS: ‘Nederlanders kennen nut en noodzaak additieven’

FWS: ‘Nederlanders kennen nut en noodzaak additieven’

Meer dan de helft van de ondervraagde Nederlanders kent de functie van additieven. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse vereniging Frisdranken, Waters, Sappen (FWS) naar de kennis van de consument op het gebied van additieven, dat is uitgevoerd door Motivaction.

Regelmatig duiken er in binnen- en buitenland berichten op over de schadelijkheid en onveiligheid van additieven. Deze additieven, bij de consument beter bekend als E-nummers, worden in tal van voedingsmiddelen gebruikt.  De leden van de brancheorganisatie voor de frisdranken-, water- en sappenindustrie vinden dat de angst rondom E-nummers onterecht het imago van voedingsmiddelen aantast. Vandaar dit onderzoek naar het kennisniveau van het publiek. Tot grote verrassing van de FWS bleek meer dan de helft van de ondervraagden op de hoogte van de functie en veiligheid van additieven. 

De FWS heeft ook onderzocht in hoeverre de Nederlandse consument zich laat leiden door de aanwezigheid van additieven in een product bij hun aankopen. Slechts 9% van de ondervraagden koopt geen voedingsmiddelen met conserveermiddelen, geur-, kleur- en/of smaakstoffen.

Een van de bekende additieven die vaak onder vuur staat, is zoetstof. Tegen de verwachting in werden zoetstoffen door de ondervraagden niet als meest schadelijke gerangschikt. Anti-oxidanten scoren het best en worden als de meest onschadelijke additief gezien. Bovendien is 94% van de ondervraagden het er niet mee eens dat alle additieven, kunstmatig of natuurlijk van aard, schadelijk zijn voor de gezondheid.  “Blijkbaar is de Nederlandse consument toch niet zo gevoelig voor de vele broodje aap verhalen als men ons wil doen geloven,” aldus de branchevereniging, die overigens wel eerlijk opmerkt dat een groot deel van het vertrouwen bij de aankoop van een product met additieven voornamelijk op het conto van ‘onverschilligheid’ van de ondervraagden (32%) kan worden geschreven. Slechts 17% noemt vertrouwen in de veiligheid van de additieven als argument om het product te kopen.

FWS en collega-organisaties melden dat er ondanks de veelal positieve resultaten van dit onderzoek, nog veel werk moet worden verzet op het gebied van voorlichting aan de Nederlandse consument. “Want bij een groep Nederlanders heerst nog onterecht een bepaalde angst voor deze wettelijke goedgekeurde en veilige hulpstoffen in voedingsmiddelen.”


Reacties

Brrr, wat een propaganda. Er zijn altijd twee kanten aan een verhaal. Dit is de andere: http://www.bol.com/nl/p/boeken/wat-zit-er-in-uw-eten/1001004005600642/index.html?Referrer=ADVNL GOO0020086541bn5.
Titel voor dit artikel vanuit deze hoek zou zijn: 'Nederlanders zijn onbekend met en onverschillig tegenover nut en schade additieven.'
Waarheid ligt vast ergens in het midden.

Sandra   12 mei 2009, 14:40 (link)

 

Ik ben eens gewezen op de additief E623 (E620 - E625), ook wel bekend als monatriumglutamaat, ve-tjin of gewoon "smaakversterker". Deze voegt de vijfde smaak toe: umami. Wordt in heel veel dingen toegevoegd: koeken, chips, kruidenmixen, kant en klaar etc. Als je echt benieuwd ben wat het nou precies doet, raadt ik aan om een voorverpakt broodje bal bij het tankstation te halen. Je krijgt daarna meer honger en je hebt gewoon trek in nog zo'n broodje. Ook als je in de eerste plaats geen eens trek had. Het is de reden waarom een zak chips eigenlijk altijd wel op gaat als ie open wordt getrokken. De FWS doet nu aan volksverlakkerij, naar mijn mening. Dat is mij zo evident, dat ik voorzie dat dit stukje propaganda anders uit kan pakken.

Thomas   12 mei 2009, 16:27 (link)

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie




 

 

Boekentips en meer

 

Tips uit de praktijk

Onderzoek: hoe erg is een spelfout?
Hoe erg is het als er spelfouten in een sollicitatiebrief staan? Denken de ontvangers slechter over een sollicitant die niet kan spellen? Vinden ze hem minder deskundig, onbetrouwbaarder en dat hij zich beter voordoet dan hij is? En hoe zit dat bij sponsorwervingsbrieven - is het effect daar sterker of minder sterk?