3 december 2009, 13:56   Ellen Elsinghorst

Jongeren hebben een groot vertrouwen in goede doelen

Jongeren hebben een groot vertrouwen in goede doelen

53 procent van de jongeren doneert aan een goed doel omdat dit een goed gevoel bij hen oproept. Hierbij kunnen organisaties die zich richten op gezondheid op de meeste sympathie rekenen. Slechts 3 procent zegt geld te geven aan initiatieven naar aanleiding van een natuurramp.

Dit blijkt uit een onderzoek van Ecreation onder bijna 600 jongeren. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren vertrouwen hebben in goede doelen. Bijna zeven op de tien respondenten staan uitgesproken positief ten opzichte van deze organisaties en 80 procent geeft wel eens geld aan een goed doel. Daarnaast gelooft 63 procent dat alles of het overgrote deel van het gedoneerde geld direct naar het goede doel gaat.
Om tot donaties aangezet te worden, wordt eenderde het liefst via een collectant benaderd. Telefonisch contact is met 2 procent het minst populair.
Jongeren hebben de meeste sympathie voor goede doelen die zich op gezondheid richten (35 procent), gevolgd door organisaties die focussen op natuur, dierenwelzijn en het milieu (23 procent). Van de respondenten geeft 14 procent aan per jaar zelfs 50 euro of meer te doneren.
Ecreation, ontwikkelaar van zogeheten chatbots (virtuele ‘vrienden’ die toegevoegd kunnen worden aan een vriendenlijst binnen een instant messaging programma zoals Windows Live Messenger), plaatste de enquête op hun interactieve platform World of Alice, waar dagelijks meer dan 24.000 jongeren te vinden zijn.


Reacties

Interessante gegevens. Hoe moet ik die 53% interpreteren. Geeft 53% van de jongeren aan een goed doel of heeft 53% van de jongeren die aan een goed doel geven hiervoor als motief dat dit hen een goed gevoel geeft?
Veel dank, Felix

Felix Hillen   31 mei 2011, 11:04 (link)

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie




 

 

Boekentips en meer

 

Tips uit de praktijk

Onderzoek: hoe erg is een spelfout?
Hoe erg is het als er spelfouten in een sollicitatiebrief staan? Denken de ontvangers slechter over een sollicitant die niet kan spellen? Vinden ze hem minder deskundig, onbetrouwbaarder en dat hij zich beter voordoet dan hij is? En hoe zit dat bij sponsorwervingsbrieven - is het effect daar sterker of minder sterk?