2 november 2009, 12:40   Linda Hell

Nibud start financiële opvoedingscampagne

Nibud start financiële opvoedingscampagne

Ouderen bereiden hun kinderen onvoldoende voor op een financieel zelfstandig bestaan . Dat blijkt uit onderzoek van het Nationaal Instituut Budgetvoorlichting (Nibud). Om daar iets aan te doen lanceert het instituut maandag een financiële opvoedingscampagne.

De campagne behelst onder meer een gratis hulplijn voor vragen over geld en financiële opvoeding . Daarnaast komen er radiospots, flyers, een financiële opvoedtest op internet en een voorleesboek.

Het onderzoek dat de campagne moet onderbouwen werd uitgevoerd onder onder 870 ouders met kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 18 jaar. Daaruit blijkt dat jongvolwassenen nog onvoldoende geleerd een bepaalde periode met een vast budget om te gaan. Daardoor is de kans groot dat ze later financiële problemen krijgen. “Ouders zijn wel bezig zijn met de financiële opvoeding van hun kinderen maar ze gebruiken de verkeerde tactieken. Zo geven ze wel zakgeld maar beginnen daar relatief laat mee en maken te weinig afspraken over wat er met het zakgeld gedaan moeten worden. Op die manier leert een kind niet met een beperkt budget omgaan,” aldus het Nibud. Het instituut vindt ook dat ouders te weinig kleedgeld geven en daar bovendien niet consequent mee omgaan. Ook bij belgeld laten ouders financiële opvoedkansen liggen.

Het Nibud vindt dat voordat kinderen achttien worden, ze moeten hebben geleerd financiële beslissingen te nemen.  Zo heeft bijna 30 procent van de jongeren tussen 16 en 18 jaar nog niets geleerd over internetbankieren. Ook vindt eenderde van de ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie het niet goed als hun kind dat doet. “Dat is een gemiste kans, aangezien het kind bijna financieel zelfstandig is en dan financieel aansprakelijk is.’’ (ANP)


Reageer


(huisregels)
Plaats reactie




 

 

Boekentips en meer

 

Tips uit de praktijk

Onderzoek: hoe erg is een spelfout?
Hoe erg is het als er spelfouten in een sollicitatiebrief staan? Denken de ontvangers slechter over een sollicitant die niet kan spellen? Vinden ze hem minder deskundig, onbetrouwbaarder en dat hij zich beter voordoet dan hij is? En hoe zit dat bij sponsorwervingsbrieven - is het effect daar sterker of minder sterk?