3 april 2008, 8:20   David Gribnau

Antispam kan nieuws blokkeren

Zakelijke spamwet moet informatiecongestie oplossen
Antispam kan nieuws blokkeren

De onlangs in de 1e Kamer besproken wijziging van de Telecommunicatiewet gaat, zo staat vandaag in Het Financieele Dagblad, voor de pr-industrie (bureaus en afdelingen) voor een aardverschuiving zorgen. Het versturen van ongevraagde elektronische berichten met een commercieel, ideëel of charitatief karakter aan bedrijven wordt verboden, zoals dit nu al geldt voor berichten aan personen. Een elektronisch bericht sturen mag alleen wanneer de ontvanger (abonnee) daarvoor voorafgaand toestemming heeft gegeven. Het ‘spamverbod’ heeft in de consumentenmarkt al tot forse boetes geleid.

Het verbod is een goede zaak. Want niemand zit te wachten op schreeuwerige aanbiedingen van veelal obscure bedrijven. Toch is één sector moeilijk te vangen in deze wet en dat is die van de pr-industrie. Want het verbod kan ook gelden voor ongevraagde berichten zoals persberichten, want ook die kunnen vaak als ‘commerciële boodschap’ worden aangemerkt. Is een persbericht dat een journalist ontvangt van Apple over de nieuwste notebook Mac Air ongevraagde reclame?  Zeker als daar ook de prijs van de nieuwe notebook in het bericht vermeld staat? Voor een krant als deze zou dat misschien een brug te ver zijn. Voor een computertijdschrift waarschijnlijk broodnodige informatie.  Nu gaan zulke berichten doorgaans naar journalisten die zich ook op de betreffende sector richten. Dat is effectiever voor de nieuwsverspreiding, en veel journalisten willen die berichten graag ontvangen, zo lang ze maar nuttig zijn. 

Vergaarbak
Zonder afspraken tussen nieuwssector en industrie dreigen journalisten te worden worden verstoken van het nieuws en riskeert de pr-industrie boetes die kunnen oplopen tot een paar ton. Veel pr-bureaus en bedrijven zullen geneigd zijn het zekere voor het onzekere te nemen, door nieuwsberichten alleen nog maar aan de ‘vergaarbak’ van de krant te sturen in plaats van aan de redacteur-specialist. De wet dwingt consultants en woordvoerders met journalisten afspraken te maken, hetgeen tot op heden nauwelijks gebeurt. Zij hadden al lang met de journalistiek om de tafel gemoeten. Maar dat is lastig. Want journalisten moeten weinig hebben van deze sector. Een dialoog is moeilijk op te starten op deze manier. Dit terwijl de zakelijke spamwetgeving een zegen is voor de journalistiek die steeds meer lijdt onder informatiecongestie.

Kaf van het koren
Het voordeel van de nieuwe wetgeving is evident. De relatie tussen journalisten en woordvoerders kan eindelijk volwassen worden. Het kaf wordt van het koren gescheiden. Professionele voorlichters en pr-dienstverleners weten door hun vaste relaties met journalisten beter resultaat te boeken voor hun cliënten. Zij zijn bekend met de spelregels en hebben respect voor het werk van de journalist. Ze weten dat de journalist in kwestie zich niet zo maar voor z’n karretje laat spannen. De journalist heeft immers terechte en gezonde achterdocht, is bang voor spindoctors en is terughoudend. Onderscheid is er wel voor de journalist. De echte pr-professional spamt niet. Hij gaat voor de vaste relaties. Wie spamt verdient dan ook een forse boete.

Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
Vast staat dat journalistiek en communicatiesector de handen snel ineen moeten slaan. De pr- en communicatiebranche moet energie steken in het op orde brengen van de contactgegevens zoals e-mailadressen, maar ook fax en gsm, en moet bovendien de toestemming van de journalist administratief goed regelen. De verzender moet immers kunnen bewijzen dat voorafgaande toestemming is gegeven. Tevens moet een aantal ander vereisten zoals een opt-out onderaan het persbericht geregeld worden. Ook de journalist heeft hier een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door verzoeken om toestemming voor gebruik van zijn mailadres afkomstig van professionele voorlichters serieus en adequaat te beantwoorden. Of hij moet dan maar voor lief nemen dat hem nieuws onthouden wordt. Je kan dat risico lopen. Erop vertrouwen dat een persbureau rugdekking geeft voor het geval er een nieuwtje wordt gemist. Maar verstandiger is om op een professionele manier samen te werken. Want hoe ga je anders in een steeds competitievere journalistieke -wereld aan de lezers uitleggen dat je net dat ene bericht gemist hebt?

Geschreven i.s.m. Maarten Haak, advocaat intellectuele eigendom bij Hoogenraad & Haak advocaten (advertising + IP).

eKudos MSN Reporter

Reacties

Als je wilt dat journalisten en pr medewerkers op een lijn komen rond het gebruik van mail mogen pr bureaus wat mij betreft de hand in eigen boezem steken.
Nogal wat pr bureaus hebben een groot verloop onder de medewerkers dat wordt gecombineerd met een slechte administratieve discipline bij diezelfde medewerkers. Dat houdt dat in dat je na verloop van tijd helemaal geen berichten meer ontvangt of juist alle berichten die het bureau uitstuurt, ook al is een groot deel van die berichten niet bestemd voor lezersgroepen waarvoor je werkt. Dat laatste heeft vaak nog een tweede reden. PR bureaus werven vaak klanten door met hun bereik onder journalisten te schermen. Je e-mailadres in elke groepsmailing is het kostbare bewijs voor die stelling en bepaald mede de rekening naar de klant.
Gebrekkige interne automatisering en een al even gebrekkige kennis van het vakgebied waarover ze voorlichting geven zijn twee veel voorkomende kwalen waar veel pr bureaus aan leiden. Dat los je niet op met allerlei afspraken met journalisten dat los je op door je bureau strakker te organiseren, zodat ik niet elk half jaar aan weer en nieuwe medewerker moet vertellen wat ik zoal doe. Het probleem dat in dit artikel aan de orde wordt gesteld heeft maar weinig met de al of niet coöperatieve houding van journalisten te maken. Zelfs als je van goede wil bent en begrijpt dat je vooraf toestemming moet geven om mail te ontvangen gaat het fout.
Ik weet heel goed dat een pr afdeling of bureau een positieve rol kan spelen bij het aangeven van allerhande feiten ontwikkelingen of gebeurtenissen. Een pr-professional weet wat je nodig hebt en anticipeert daarop. Betrokken journalistiek vraag ook om betrokken pr en ja zo iemand mag mij best een keer per jaar een lijst sturen met onderwerpen/opdrachtgevers waarover ik mail kan ontvangen waarop ik alleen maar ja hoeft te zeggen als er niets verandert is. Waar ik en mijn collega’s een grote hekel aan hebben is eindeloze vragenlijsten die je ‘even’ moet invullen op de website van het bureau. Wees niet verwonderd als die vraag steeds weer terugkomt. Zo is meteen duidelijk dat ze eigenlijk niets hebben vastgelegd over jouw journalistieke activiteiten en daar ook niet echt in geïnteresseerd zijn. Al kan het ook gewoon zijn dat ze echt geen verstand hebben van de werking van IT en internet. Dat zulke bureaus met de nieuwe regelgeving rond spam problemen kunnen krijgen ligt voor de hand.

Herman Hartman

freelance journalist

Herman Hartman   8 april 2008, 12:20 (link)

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie

Tips uit de praktijk

Met o.b. online beachvolleyballen
Hoe maak je onder meiden van 14-18 bekend dat tamponmerk o.b. olympische beachvolleybalsters sponsort en trek je meer bezoekers naar de vernieuwde site? Lees in het gratis artikel van deze week, hoe een online beachvolleybalgame en contentintegratie in netwerken waar jonge meiden veel tijd doorbrengen, hierbij kunnen helpen.