1 september 2009, 11:22   Jan-Jelle van Hasselt

Windhandel

De uitzending van Radar legde het op een pijnlijke wijze bloot. De werking van media en de manier waarop communicatieadviesbureaus daarop inspelen.
Windhandel

Radar liet zien hoe een onschuldige kwaal, winderigheid, kan worden neergezet als een serieuze, te behandelen klacht, en hoe de media dat kritiekloos overnemen. En als intermediair daarvoor wordt een communicatieadviesbureau ingezet. Want de pharmaceutische industrie mag geen directe reclame te maken voor medicijnen. In plaats daarvan worden andere kanalen gehanteerd: die van free publicity, onderzoeken, flyers en posters via huisartsen en apotheken. Radar lanceerde een website met een zelftest over winderigheid, liet onderzoeksbureau TNS NIPO een enquête uitvoeren onder de doelgroep en brachten vervolgens een persbericht uit. Daarnaast werden informatiefolders gedistribueerd bij apotheken en huisartsenpraktijken en werden verschillende media (zoals ANP, NOS, SBS6) succesvol benaderd om aandacht te schenken aan winderigheid. En Goede Tijden Slechte Tijden kwam met een uitgewerkt voorstel voor een inscript.

De case leidde al tot een discussie over de aanpak van ‘symptoomreclame’, en over hoe communicatiebureaus in de pharma-praktijk werken. Maar het is even goed aanleiding voor het gesprek over de werking van media. Want hoe zou je er beter voor kunnen zorgen dat de media zich niet als een mak lam naar de slachtbank van de publieke opinie laten leiden?

eKudos MSN Reporter

Reacties

Het Radar-voorbeeld staat allerminst op zichzelf. Onafhankelijke journalistieke media hebben de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk aan invloed ingeboet. De journalistiek is steeds meer alleen nog maar een vehikel voor pr-boodschappen.

Eerder dit jaar verbaasde ik me bijvoorbeeld over een bericht dat vrijwel alle media brachten: ‘Consumenten met de achternaam Janssen zijn de allerbelabberdste betalers van Nederland.’ Dit ‘nieuws’ werd de wereld in geholpen door een bedrijf dat betaalverkeer verzorgt voor webwinkels. In de diverse radio-interviews mocht de woordvoerder van het bedrijf erover vertellen. Geen journalist die hem een strobreed in de weg legde. Want zou het niet komen doordat er in Nederland meer Janssens wonen dan mensen die pakweg Stünkel heten? Het bedrijf erkende dat dat niet was meegewogen. Het onderzoek rammelde dus aan alle kanten. De uitkomst had geen enkele waarde. Waarom werd het sowieso uitgevoerd? Alleen maar om het bedrijf in de publiciteit te brengen? Geen journalist die erom maalde.

Helaas zijn dit voorbeeld en dat van Radar eerder regel dan uitzondering. Een substantieel deel van het nieuws is gebaseerd op ‘voorverpakte informatie’: persberichten maar ook pr-materiaal, zo blijkt uit recent verkennend onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Een derde van het binnenlandse nieuws in Nederlandse kranten is niet van eigen makelij, maar komt rechtstreeks uit pr- en communicatiehoek.

Gefeliciteerd, zou je denken. Onze beroepsgroep heeft aan het langste eind getrokken in de eeuwige strijd tussen journalisten en voorlichters. Sluit je aan bij het leger van beroepsgenoten dat allerlei fantasieberichten de wereld in stuurt om free publicity te creëren. Nooit eerder was het zo eenvoudig om te scoren voor je opdrachtgever. Toch bedank ik vriendelijk. Ik ben oprecht bezorgd over de uitholling van de journalistiek en ben me ervan bewust dat de pr- en communicatieberoepsgroep dit soort acties als een boemerang terug zal krijgen. Journalistiek hoort onpartijdig, belangeloos en onafhankelijk te zijn, geen doorgeefluik voor ondernemingen.

Toch is dat wat er aan de orde is: de journalistieke media zijn bijna alleen nog maar doorgeefluik. Feiten worden zelden gecheckt, want daar is geen tijd voor. Door bezuinigingen moet met weinig mensen heel veel worden gepubliceerd. Redacties worden steeds verder uitgehold, terwijl het aantal voorlichters blijft toenemen. Nu al is de verhouding in Nederland 1 op 3: tegenover iedere journalist staan drie voorlichters.

De mediaconsument is de uiteindelijke verliezer. Die verwacht nieuws en achtergronden die kritisch geselecteerd en getoetst zijn door een vakkundige redactie, maar krijgt in de praktijk voorgeschoteld wat het handigst is ‘ingestoken’ door pr-medewerkers. Algemeen belang wordt vervangen door commercieel belang. Dat is niet alleen de media-uitgevers te verwijten. PR- en communicatievakmensen hebben hierin extra verantwoordelijkheid. De reputatie van je werk- of opdrachtgever beheer je niet met publiciteitsstunts, maar via een zorgvuldig doordachte communicatiestrategie. En bij het realiseren van die strategie heb je tegenspel van kritische media nodig. Al was het alleen maar om de pr-stunts van je concurrenten te filteren of om onheuse bejegening door actiegroepen in het juiste perspectief te plaatsen. Want op korte termijn lijkt fantasie-pr misschien interessant. Op de lange termijn zorgt het ervoor dat alle journalistieke normen overboord gaan. In zo’n media-anarchie weet niemand meer wat waar en onwaar is en is elke reputatie aan de wolven overgeleverd.

Ook PR- en communicatiemensen hebben er baat bij als elke onderste steen boven komt. Zij hebben de plicht de waarheid te dienen, zeker als de journalistiek daarin verzaakt. Dat is niet alleen in het algemeen belang, maar ook in hun eigen belang.

Robbert Jan Sabel   1 september 2009, 17:38 (link)

 

@Robbert Jan: "PR- en communicatievakmensen hebben hierin extra verantwoordelijkheid" -ik vraag me af of je de bal daar moet neerleggen. In het kader van de wens die een opdrachtgever stelt om bijvoorbeeld een bepaalde exposure-doelstelling te behalen, gaat een bureau aan de slag met activititeiten om die doelstellingen te realiseren, is per definitie daarmee 'gekleurd' en beinvloedend bezig. Media zijn daarbij het intermemediair om beoogde gebruikersgroepen te bereiken. Zijn daarvoor kritische media nodig? Niet noodzakelijkerwijs zou ik zeggen, het is best wel handig als die jouw standpunten zonder al te veel kritisch denkvermogen overnemen.

Zijn media er zelf gebaat bij richting hun lezersgroepen om kritisch te zijn en zaken niet klakkeloos over te nemen? Absoluut!

En op die manier zouden onzinberichten (van je concurrenten maar ook van jezelf) weggefilterd worden, of publiekelijk ontmaskerd. En dat zorgt er dan vanzelf weer voor dat de PR- en communicatiemensen er goed op zullen letten dat hun verhalen voldoende onderbouwd en gemotiveerd zijn.

Jan Jelle van Hasselt   2 september 2009, 13:47 (link)

 

@ Jan Jelle: Eens dat media hier zelf een taak hebben. Maar doordat de journalistiek voortdurend verder wordt uitgehold, lukt het journalisten steeds minder goed die taak te vervullen. PR- en communicatiemensen mogen daar geen misbruik van maken, vind ik. Het vergt van onze beroepsgroep extra ethisch besef en meer journalistiek inzicht.

Publicitair stuntwerk is ook niet in het belang van werk- of opdrachtgevers. In het genoemde voorbeeld van het webbetaalbedrijf stond de woordvoerder (de directeur) in mijn ogen nogal voor schut. Dit soort eenmalige stunts draagt niet bij aan positieve naamsbekendheid en een goede reputatie.

Bovendien schaadt publicitair stuntwerk het broze imago van onze beroepsgroep. Het gaat bij mediarelaties niet om snel scoren voor je werk- of opdrachtgever, maar om het stelselmatig opbouwen van een inhoudelijke band met journalisten, gebaseerd op wederzijds respect.

Robbert Jan Sabel   2 september 2009, 14:19 (link)

 

@ Robbert Jan: ik ken uit de praktijk nogal wat opdrachtgevers die helaas erg op het korte termijn scoren gericht zijn, en bureaus daar ook op selecteren en beoordelen. Dus eigenlijk zou ook bij die groep extra ethisch besef en journalistiek inzicht een prettig gegeven zijn. En is publicitair stuntwerk nu echt zo schadelijk voor onze beroepsgroep? Ik geloof dat we juist om die reden vaak worden ingehuurd en toegevoegde waarde kunnen bieden.

Ik ben zelf nog best trots op het succes dat ik ooit had met de insteek 'Het laatste taboe van vrouwen' om voor een opdrachtgever een apparaatje te introduceren voor het verwijderen van de ongewenste gezichtsbeharing van het vrouwelijk gelaat. Is dat werkelijk het laatste taboe? Niet onderzocht, maar toen wel overgenomen door bijna alle media....

Jan Jelle van Hasselt   2 september 2009, 14:38 (link)

 

Alhoewel ik het met de opmerkingen van de vakgenoten eens ben moet mij ook iets anders van het hart. Radar beschuldigt de farmacie en communicatiebranche ervan een loopje te nemen met de waarheid. Als ik echter kijk naar de manier waarop initiatieven om ziektebeelden op een grote hoop worden gegooid door de redactie van Radar denk ik dat zij precies de vinger op hun eigen zere plek leggen. Media zijn zelf bezig met het najagen en sensationaliseren van nieuws en vooral ook nieuwTJES. Of denkt de redactie nu echt dat er geen mensen zijn die last hebben van de kwalen die zij in hun uitzending hebben belicht. Kortom, het kwam op mij over als journalistiek broddelwerk om een al vooraf getrokken conclusie (de farmacie en pr-wereld deugen niet) te helpen onderbouwen. Onze beroepsgroep trekt voortdurend het boetekleed aan, maar ik vraag me af wanneer de journalistiek daar zelf ook eens toe overgaat.

Peter   3 september 2009, 12:34 (link)

 

AANVULLING: na ziektebeelden ontbreekt "onder de aandacht proberen te brengen"....excuus

Peter   3 september 2009, 12:36 (link)

 

@Peter Broddelwerk? Ik vond dit nu juist wel een goed voorbeeld van een grondige aanpak. Ga maar eens een site maken, persberichten en teksten om dit experiment uit te voeren. Daar zijn heel wat mensuren aan besteed. En het heeft nogal het een en ander losgemaakt. En bracht bijvoorbeeld ook aan het licht dat de Pharma-industrie zeer regelmatig de eigen code overtreedt. Daarbij: het getuigt toch ook wel van durf als je, vanuit je eigen positie als nieuwsvergaarder (de redactie van Radar) bereid bent kritisch te kijken naar de wijze van nieusvergaring door je vakgenoten?

Jan Jelle van Hasselt   4 september 2009, 9:08 (link)

 

@ Jan Jelle: Broddelwerk hoeft niet per definitie te betekenen dat er geen tijd ingestoken is door de redactie. Waar ik het slecht vind is dat er te weinig echte feiten werden 'onthuld' over het al dan niet noodzakelijk zijn van de sites die nu als overbodig op een hoop worden gegooid. Daarover heb ik geen greintje bewijs gehoord en dat had ik dan wel graag gehoord. Nu wordt er een conclusie getrokken op basis van een lollig (maar ook niet meer dan dat) experiment om te laten zien hoe de media overal achteraan rennen. Daarom vond ik het amusant, maar journalistiek flinterdun.

Peter   4 september 2009, 16:01 (link)

 

@ Peter: Jij eist dus van Radar de nuancering die wij zelf blijkbaar niet kunnen/willen opbrengen bij het werken voor opdrachtgevers. Beetje dubbel, vind je niet? Het is geen wetenschappelijk onderzoek dat Radar doet. Zij stellen zaken aan de kaak. En dat hebben zij prima gedaan: Geen sprake van broddelwerk. De schuld bij de boodschapper leggen is m.i. uit den boze.

Wim Krop   17 september 2009, 13:10 (link)

 

Dankdankdank voor die link, Roland, ik heb helemaal krom gelegen van het lachen... En verlang weer naar Fawlty Towers 70-658.
PS Misschien moet ik die ''Nederlandse'' tekst even via Babblefish in het Engels vertalen, dan komt er vast perfect tekst uit 70-659, haha. Maar ik kan mij toch niet voorstellen dat een gerenommeerd (?) pr-bureau in 70-660 Londen zoiets doet. Misschien vertaald door een v/h Nederlander die er al 30 jaar woont 74-131...

edwin111   19 oktober 2010, 11:09 (link)

Reageer


(huisregels)
Plaats reactie




 

 

Boekentips en meer

 

Tips uit de praktijk

Onderzoek: hoe erg is een spelfout?
Hoe erg is het als er spelfouten in een sollicitatiebrief staan? Denken de ontvangers slechter over een sollicitant die niet kan spellen? Vinden ze hem minder deskundig, onbetrouwbaarder en dat hij zich beter voordoet dan hij is? En hoe zit dat bij sponsorwervingsbrieven - is het effect daar sterker of minder sterk?