PR & Reputatie

Joegoslavië-tribunaal verbijstert met communicatie na zelfmoord Praljak

Paul Stamsnijder, blogger | 30 november 2017, 10:49

Reputatie van het Joegoslavië-tribunaal en Nederland beschadigd door reactie op gifdrama

[Door Paul Stamsnijder, Reputatiegroep]

‘Ik heb net gif ingenomen.’

Soms gebeurt het ondenkbare. De voormalige Bosnisch-Kroatische generaal Slobodan Praljak hoort gisteren dat hij wordt veroordeeld tot twintig jaar cel vanwege oorlogsmisdaden tegen Bosnische moslims: moord, etnische zuiveringen, marteling en verkrachting. Het vonnis van de rechter wordt live uitgezonden op de Kroatische staatstelevisie.

Voor het oog van de wereld slaat hij een ampul met gif achterover, alsof het slivovic is: ‘Ik erken deze veroordeling niet. Ik ben geen oorlogsmisdadiger.’ In één beweging maakt hij van zichzelf een slachtoffer, van de rechtszaal een plaats delict en van het  Joegoslavië-tribunaal in Den Haag een mikpunt van wereldwijde spot.

Crime scene

Na de eerste paniek van het moment - schorsing van de zitting, ambulance, reddingspoging, helikopter, brandweer, de 72-jarige Praljak overlijdt in een Haags ziekenhuis - reageert de rechter technocratisch: 'It is now a crime scene', stelt hij droog.

Uren later wordt gesteld dat een onafhankelijk onderzoek wordt gestart naar de toedracht, door het Nederlands Openbaar Ministerie: ‘standard procedure’, staat in de verklaring van het Joegoslavië-tribunaal. Een typische systeemreactie: we stellen vast of aan alle regels is voldaan.

En dat terwijl toch van de plek waar de zwaarste criminelen ter wereld worden berecht, mag worden verwacht dat de veiligheidsmaatregelen aan de hoogste standaarden voldoen. Wat is dat voor Tribunaal, waar een verdachte gif kan meenemen en opdrinken in de rechtszaal, in een live uitzending? Hoe kan het dat de controle op veiligheid juist op die plek tekortschiet?

Hamlet

Praljak was voordat hij het leger in ging, theater- en televisieregisseur. In de jaren zeventig regisseerde hij Shakespeares Hamlet in de Bosnische provincie. De gifsoap bewijst opnieuw zijn gevoel voor drama.

De wereld blijft met vragen achter: hoe kwam Praljak aan deze ampul met gif en hoe kon hij deze doodleuk hier naar binnen smokkelen?

Was het gegaan via het detentiecentrum, via de speciale VN-vleugel van de Scheveningse gevangenis? Kreeg hij het in een busje tijdens het vervoer, in een wachtruimte, in een cel of een spreekruimte? Van een bezoeker, een bewaker of een schoonmaker? Hoezo is er in het Joegoslavië-tribunaal geen full body check en waarom wordt niet gecontroleerd op het bezit van vloeistoffen? Waarom richt het onderzoek zich vooralsnog op hulp bij zelfdoding en overtreding van de Geneesmiddelenwet?

Zwijgen

Ook de communicatie wekt verbijstering. Urenlang doen woordvoerders er het zwijgen toe. De eerste berichtgeving gaat louter over de feiten. Het Tribunaal gaat niet in op vragen hoe het mogelijk is dat een verdachte tijdens het aanhoren van zijn vonnis in het bezit is van een gifdrank.

En waarom is er niemand die stelt dat deze bizarre situatie nooit, maar dan ook nooit had mogen plaatsvinden? Als justitieminister Grapperhaus door de NOS wordt gevraagd of Nederland geen reputatieschade oploopt door deze farce, ontkent hij: ‘Nederland heeft nog altijd een voortreffelijke reputatie, en heeft het zeer goed gedaan.’

Theatrale impact

Natuurlijk, het tribunaal is VN-grondgebied en de beveiliging is ook in handen van de VN. Maar Praljak heeft met zijn laatste theateract maximale impact gehad. Zo'n verzetsdaad als vorm van protest is niet eerder vertoond.

Het is de vraag of dit niet afstraalt op de reputatie van het  Joegoslavië-tribunaal en gastland Nederland. Beeldvorming is hardnekkig. Zo hebben we de schijn toch tegen.

(foto: hoofd communicatie VN Tribunaal beantwoordt vragen van de pers)

Over de auteur

Reacties op dit artikel (5)

Comment author avatar
Avatar

Rutger Kerstiens

(30 november 2017, 12:45)
Ik begrijp je punt, Paul, maar zoals ook jij weet, verlopen communicatieprocessen in dit soort crisissituaties altijd extreem stroperig. Helaas.
Eerlijk gezegd ken ik op dit niveau maar weinig organisaties waar snel en prompt wordt gehandeld (of mag worden gehandeld) als zich zo'n extreem bijzondere situatie voor doet. Daarvoor staat (te) veel op het spel: reputaties én de zorgvuldigheid. Misschien binnenkort maar eens samen over door filosoferen, Paul?
Avatar

Charlotte Andriesse

(30 november 2017, 14:12)
Jouw verhaal leest als een roman, Paul ;-). Een en al suspense. Maar zoals je zelf aangeeft, dit had niemand toch voor mogelijk gehouden om alle redenen die je ook aangeeft. Met stomheid geslagen. Dit is inderdaad een crisissituatie die een zorgvuldige aanpak vereist, mede om de eventuele reputatieschade zoveel mogelijk te beperken.
Avatar

Hanneke de Korte

(1 december 2017, 8:29)
Je loopt hard van stapel Paul. Of de reputatie van het Internationaal Strafhof is beschadigd (of zoals je op LinkedIn post, zelfs ‘verwoest’) door deze tragedie, valt nog te bezien. De reputatie van het Strafhof kan - gezien de staat van dienst, importantie voor het internationaal recht en de genoegdoening aan al die slachtoffers wiens levens door oorlogsmisdaden zijn verwoest en die dankzij het hof enige gerechtigheid ervaren - wel tegen een stootje. Dat er niet direct een antwoord komt op de ‘hoe dit heeft kunnen gebeuren’-vraag, lijkt mij evident. Dat is vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid de enige juiste communicatiestrategie. Speculeren vooruitlopend op onderzoek naar de toedracht, dát is pas slecht voor je reputatie.
Avatar

Evert van Wijk

(1 december 2017, 13:51)
Ik vond tot nu toe vooral de reactie van Grapperhaus minder handig toen het ging over mogelijke reputatieschade. Hij had die vraag beter kunnen ontwijken. Bijvoorbeeld door te zeggen dat hij zich momenteel niet bezig houdt met de vraag of Nederland reputatieschade heeft opgelopen, maar wel met de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren...
Avatar

Tom Gordijn

(2 december 2017, 14:43)
De conclusies van Paul zijn te gemakkelijk. Natuurlijk zijn er op alle vragen niet meteen antwoorden; eerst moeten de feiten bekend zijn. Het laatste dat een organisatie moet doen is speculeren en vooruitlopen op mogelijke uitkomsten. En juist hier is zorgvuldigheid geboden. Dus veel meer dan zeggen "wij moeten dit goed uitzoeken" zit er dan niet in.

Meer in channel PR & Reputatie

Van onze partners

Whitepapers

Blijf op de hoogte


Populaire blogs